Mark loopt Kustmarathon Zeeland

De Kustmarathon in Zeeland stond al lang op mijn lijstje om eens te lopen. De organisatie profileert zich door het zwaarste marathonparcours van Nederland aan te bieden. Zou dat waar zijn?

Net als de Slachtemarathon in Friesland – is dit een groot regionaal evenement waarbij de provincie zich van haar beste – chauvinistische –  kant laat zien. Daarbij doen de Zeeuwen bepaald niet onder voor Friezen. De kustmarathon, de naam zeg het al, is geen marathon door de stad en over makkelijke paden. Vanuit Burghaamstede voert het parcours via duin en strand richting de Oosterschelde stormvloedkering. Vervolgens naar Walcheren. Naast de vele beklimmingen in het duin en het mulle zand van het strand op en aflopen, zijn er in het laatste gedeelte veel steile trappen die beklommen moeten worden. Of juist naar beneden moet worden afgedaald.

De kustmarathon is voor mij een marathon waarbij de tijd minder van belang is, maar het gaat om uitlopen.

Het is acht uur ’s ochtends en zwaar bewolkt buiten. De wind lijkt mee te vallen. Hopelijk komt de wind niet uit zuid-westelijke richting, want dat betekent dat je de hele marathonroute  tegenwind hebt. Nooit een pretje, maar op dit parcours een hel!  Het regent en op de weg is het zicht slecht tot zeer slecht.

Het is oppassen op de A12 om niet in de aquaplaning terecht te komen. Na Rotterdam begint het gelukkig geleidelijk iets droger te worden.  Door de wirwar van wegen en tunnels van Botlekgebied heen met zijn ongekende industrie. En dan duiken de contouren op van het prachtige Zeeuwse land. Eigenlijk kom ik hier veel te weinig, realiseer ik me. Zeeland rijdt niet makkelijk aan vanuit het midden van het land en dat zal een van de redenen zijn, vermoed ik.

Na een kleine twee uur rijden is Burghaamstede in zicht. De mountainbike racers  druppelen over de finish. Zij hebben het marathonparcours – in tegengestelde richting –  al op de fiets afgelegd – voorafgaand aan de marathon.  Verkleumd en onder de modder komen ze binnen.

Ondanks de goede organisatie is niet goed aangegeven waar geparkeerd moet worden.  In het dorp moet ik drie keer vragen naar de sporthal, en krijg drie keer een ander antwoord. Irritatie!

Er zijn nog weinig mensen in de sporthal, in de grote zaal zitten afzonderlijk of in groepjes deelnemers te wachten. Vooral mannen. Op bankjes zitten ze, aan de rand van de hal. Sommigen hebben de blik strak gespannen en staren voor zich uit. Anderen eten een banaan of drinken wat koffie. De  typische geur van Midalgan en andere smeerseltjes dwarrelen door de sporthal. Alleen de geur van veelvuldig toiletbezoek ontbreekt nog. Gelukkig!

Op het bankje naast mij is een man in de weer met zijn kleding, alles wordt minutieus uit de tas gehaald en er weer ingestopt. Nog een uur voor de start. Uit een potje komt een crème tevoorschijn, elke teen wordt precies en met zorg ingevet. Met een ingehouden glimlach bekijk ik het. Ieder zijn ritueel.

Naast ons praat een groepje mannen met elkaar, maar ze kijken elkaar nauwelijks aan. Wedstrijdspanning? Wel praten, maar niets zeggen! De sporthal druppelt langzaam vol met deelnemers.  Aan het dialect te horen zijn de meeste deelnemers Zeeuws. De’ hee’ en de ‘ err’, klinken door de zaal. Nog twintig minuten voor de start. De vuilniszak met het geknipte gat gaat over de sportkleding. Tenminste nog iets van bescherming over het dunne hardloopshirtje in de laatste ( koude)  minuten voor de start. De lucht is inmiddels ook opgeklaard en de wind is gaan liggen. Ideaal marathon weer lijkt het.

Het smalle straatje rond de oude kerk van Burghaamstede is omgetoverd tot het decor van de marathonstart. Zeeuwse vlaggetjes worden aan de deelnemers uitgereikt. Dacht je dat ik 42,2 kilometer met een vlaggetje ga lopen? Zeg ik tegen de vriendelijke man van de organisatie,  die de vlaggetjes uitdeelt. Het vlaggetje prikt ook goed in het gras, dat is ook mooi! Even buiten zijn blikveld.

De speaker verzoekt de deelnemers mee te tellen met het slaan van de kerkklok. Als de kerkklok om 12 uur exact twaalf keer geslagen heeft, wordt het startschot gelost. Sebastiaan Schletterer,  meervoudig winnaar van de Kustmarathon en generatiegenoot uit een ver wedstrijdverleden lost het startschot. De meute zet zich in beweging.  Onwennig en veel te rustig voelen de eerste vijf kilometer.  Terwijl je weet dat dit tempo straks op het laatste stuk wel degelijk zwaar gaat voelen

Naast mij loopt een man met muziek op. Iets wat ik nooit begrepen heb, of ben ik van een andere generatie? Bloed, zweet en tranen van Andre Hazes schalt door zijn speakers. Wel toepasselijk in ieder geval. Aan het loopritme en cadans kan je zien wie in deze fase te hardloopt en straks de rekening moet betalen. De Stormvloedkering is indrukwekkend om van zo dichtbij te bekijken.

Een prachtig staaltje technisch  vernuft, maar ook een typisch Hollands compromis. Waterbescherming en milieubeheer zo combineren zou in de rest van de wereld ondenkbaar zijn.

Het tweede stuk strand na vijfentwintig kilometer lopen is mul en zwaar. Dit is mijn terrein, op kracht lopen. Het ene na het andere groepje worden nu gepasseerd, terwijl mijn tempo het zelfde blijft. Rond de elf kilometer per uur lopen is een mooie snelheid voor vandaag.

Vanaf dertig kilometer moet duin op- en af belopen worden, en zijn er veel steile trappen waar het tempo er even helemaal uitgaat. Opletten ook, om geen misstap te maken. Op deze plaatsen staat gelukkig veel publiek, en worden de deelnemers enthousiast  toegejuicht.

Na vijfendertig kilometer blaast de wind in de rug en is de zon fel gaan schijnen. Het is warm en daardoor is het moeilijk voldoende te drinken. Het dorstgevoel is een duidelijk signaal van vochttekort, weet ik.  Eigenlijk is het dan te laat. Bij de verzorgingspost op achtendertig kilometer hebben ze gelukkig cola. De toverdrank voor duursporters. Suikers en vocht gecombineerd met cafeïne, dat is precies wat mij weer in balans brengt.

Het aftellen is begonnen, de laatste kilometers. Domburg, West-Kapelle zijn gepasseerd, en in de verte is de finish in Zoutenlande. Er is echter nog een gemeen addertje onder het gras!  Na drie kilometer op een schitterende asfaltweg gelopen te hebben, met de wind in de rug, moet onverwacht bij het  veertig kilometerpunt na een paar steile trappen, weer afgedaald worden naar het strand.

De ballonnen en vlaggen van de finish zijn nu goed zichtbaar. Zeeuwse stranden staan bekend om die typische rijen met palen, die dienen als strandbescherming. Sommige van die palen staan vlak naast elkaar. En van de deelnemers wordt nu ook nog eens gevraagd daar doorheen te manoeuvreren. Opletten geblazen om niet te struikelen met al die vermoeidheid in je lijf. Nog een laatste trap, de hartslag loopt op tot bijna maximaal.  Op de boulevard onthaalt een orkest de lopers, met keiharde  doedelzakmuziek.  Een laatste pepmiddel.

Nog een kilometer naar de finish. In plat Zeeuws praten de speakers de deelnemers door de laatste loodjes heen.  Onder de vier uur finishen op dit parcours geeft mij een voldaan gevoel.

De tent vlak na de finish, waar de deelnemers worden opgevangen  geeft het gebruikelijke slagveld van een marathonfinish. Euforie en pijn met elkaar vermengd.  Even zitten op een bankje voelt  weldadig aan na een tocht van een kleine vier uur.

Buiten de tent kunnen deelnemers gratis mosselen eten,  hoe verzin je het? Het lukt mij zelfs al niet om na de hevige dorst het te snel gedronken water binnen te houden.

De logistiek van deze marathon is niet eenvoudig. Eenmaal terug in Burghaamstede, de startplaats, weet ik niet meer waar ik mijn auto geparkeerd heb. Zoeken en nog eens zoeken. Na veel pijn en moeite vinden we de auto terug. Verlaten op een parkeerplaats in het dorp, waar inmiddels niets meer herinnert aan de marathon. Het begint inmiddels te schemeren, terug naar Nederhorst den Berg!!