Verslag Bert en Hetty Santiago

Bert en Hetty wandelen naar Santiago de Compastela

Na een lange reis met de trein zijn we aangekomen in St. Jean Pied-de-Port waar de meeste routes samenkomen en waar we zullen starten. De 1e nacht slapen in de pelgrimsherberg is al een belevenis op zich. Stapelbedden – krap en hoe krijg je alles weer in de rugzak (dit zal de hele reis zo gaan). Inpakken en uitpakken.

Om 5 uur beginnen de eerste wandelaars al alles in hun rugzak te proppen en gaan op stap. Wij volgen iets later, maar wat een pech, het regent pijpenstelen en het houdt niet op, met bakken komt het uit de hemel, maar we moeten door. De Pyreneeën moeten bedwongen worden, modder en nog eens modder daar moeten we door en zo zal het nog een paar dagen doorgaan.

De paden zijn veranderd in modderpoelen. In Roncesvalles komen we weer wat op verhaal in een klooster dat net verbouwd was en voor deze reis erg luxe was. We kunnen er de was doen en alles weer droog mee. De stad was spectaculair en ook na regen komt zonneschijn. We lopen maar door en zijn nu pelgrims geworden, elke middag zoeken we onderdak in pelgrimsherbergen en ben je na een vermoeiende dag bij dat je een bed hebt. Soms (meestal) is het erg primitief en is het sanitair bedroevend, 2 WC’s op 80 personen is heel gewoon.

Elke dag is het weer spannend, altijd slapen we in stapelbedden, Bert boven en ik beneden, één keer moest ik boven slapen omdat alles al bezet was, bij het uit bed komen ging het mis en kwam ik er wat ongelukkig uit en weer mijn ribben wat gekneusd maar na een paar dagen was de pijn over.

Het landschap is soms adembenemend mooi en ook vaak erg zwaar omdat er veel hoogteverschillen zijn. Met de zware rugzak is dat voor  mij soms moeilijk maar Bert duwt me ook wel een omhoog.
En zo lopen we maar door, ’s morgens vak met het gezang van de nachtegalen, de natuur is prachtig. De route is goed gepijld en er is altijd wel een waterbron of een bank waar je even weer op verhaal kunt komen. Want de rugzak wil je af en toe wel even van je rug hebben.

De mensen zijn erg vriendelijk en behulpzaam en zijn altijd bereid om te helpen, het komt altijd goed. We zijn nu in Burgos aangekomen een prachtige stad met een hele mooie kathedraal, jammer dat je niet genoeg tijd hebt om de stad te bekijken.

We hebben er nu 300 km op zitten , elke dag staan we ong. 5.30 uur op en beginnen met inpakken, vanwege de warmte nu is het fijn als je vroeg kan lopen, soms krijgen je een ontbijt anders duik je een bar in op de route voor een croissant. We hebben nog geen bruine boterham gezien hier. ’s Avonds eer je een pelgrims menu in een bar of bij de herberg (altijd ongeveer €10,-). Samen met je medelopers en leer je mensen kennen uit de hele wereld, ieder met zijn verhaal en missie.

2e Verslag

Van Burgos naar Leon.

In Burgos aangekomen na een eindeloze wandeling door een industrie gebied komen we uin het centrum bij een prachtige kathedraal nabij de pelgrimsherberg. Deze herberg is net geopend en heel erg luxe, zelfs met een lift voor een pelgrim te luxe? ’s Middags de stad verkend maar wandelen en slenteren dat werkt niet. Blij dat we de volgende dag om 6 uur mogen vertrekken de natuur in.

Het landschap tussen Burgos en Leon is alleen maar graanvelden en nog eens graanvelden en eindeloze paden en wegen en verlaten dorpen die alleen nog floreren door de pelgrims die er door lopen en er overnachten. Er is altijd wel een bar in deze dorpen waar ook de plaatselijke bewoners graag gebruik van maken. Het weer was goed zelfs af en toe te warm.

Er waren ook dorpen en huizen van leem alles nog in de oude staat. En zo trokken we van dorp naar dorp en de rugzak voelde (ondanks het nodige te hebben geloosd) nog erg zwaar. En de rug begint te kraken en voeten zijn vaak ook pijnlijk maar tot nu toe geen blaren. Het pelgrimseten begint ook tegen te staan. Elke avond pelgrimsmenu wat altijd hetzelfde is. We verlangen na 3 weken elke dag lopen van ’s morgens 6 tot soms 3 uur ‘s middags naar aardappelen en een lekkere bruine boterham. WE klagen niet en zijn al een stuk over de helft. Niemand klaagt onderweg al is de heuvel nog zo hoog of de weg zo lang. Je hebt het zelf gekozen en na een vermoeiende dag ben je blij met een bed en een douche.

We zijn nu Leon voorbij ook een prachtige stad maar we zijn liever in de natuur. De kathedraal van Leon is prachtig maar de stad te druk en lawaaiig. Als we ’s morgens op pad gaan zingen de nachtegalen  ons toe. Prachtig is het. Ik moet aan het gedicht van J.C. Bloem dat luidt:
Ik heb van het leven vrijwel niets verwacht.
Het geluk is nu eenmaal niet te achterhalen
Ach wat geeft het.
In de vroege voorjaarsnacht zingen de onsterfelijke nachtegalen.

Bert en Hetty.